In de werkgroep, gestart onder de Begeleidingsgroep Geo-Basisobjecten, zijn bronhouders (SVB-BGT), gebruikers, Kadaster, Geonovum en het ministerie van VRO vertegenwoordigd. Voor elke aanbeveling uit het evaluatieonderzoek bekijkt de werkgroep welke vervolgstappen er nodig zijn. En de werkgroep doet voorstellen aan de Begeleidingsgroep Geo-Basisobjecten van Zicht op Nederland -Datafundament.
Optionele inhoud BGT
Een van de onderwerpen waar de werkgroep concreet mee aan de slag gaat is de toekomst van de optionele inhoud van de BGT. Die bestaat uit objecten of eigenschappen die wel in de BGT-catalogus zijn opgenomen, maar niet landelijk verplicht zijn voor alle bronhouders. Denk hierbij aan straatmeubilair zoals lantaarnpalen of groenobjecten zoals bomen. Uit de evaluatie bleek dat gebruikers die informatie minder goed bruikbaar vinden. De werkgroep onderzoekt daarom hoe met deze optionele objecten en gegevens in de toekomst het beste kan worden omgegaan.
Andere aandachtspunten voor werkgroep
Andere aanbevelingen waar de werkgroep mee aan de slag gaat, zijn:
- vergroot duidelijkheid over governance en de plekken waar verbetervoorstellen kunnen worden ingebracht;
- verken hoe inwinning en bijhouding efficiënter kunnen, inclusief inzet van automatisering;
- bereid de BGT voor op toekomstige inwinning en gebruik van 3D-data.
De verwachting is dat de bevindingen van de werkgroep aan het einde van het eerste kwartaal 2026 bekend worden gemaakt.
Achtergrond over evaluatieonderzoek
Het ministerie van VRO onderzoekt regelmatig de voortgang van de geo-basisregistraties. Daarmee wordt getoetst of de uitvoering, kwaliteit, governance en het gebruik van de BGT nog aansluiten bij de wettelijke doelen en behoeften van bronhouders en gebruikers.
Zie ook: Kamerbrief: Uitvoering BGT verloopt efficiënt en heeft publieke waarde